(Niet) alles is een wedstrijd

Ik sta mezelf in de sportschool af te matten. Naast me hangt mijn vriend in de gewichten. Tijdens een korte pauze vallen onze blikken op een poster. Zwetende, afgetrainde mensen afgebeeld terwijl ze een wedstrijd tegen elkaar rennen. We gaan zwijgend verder. Tijdens de volgende rustpauze komt er op alle beeldschermen tetterend een filmpje voor bij. “Der Wille in Dir,” hoe ver wil je gaan om de Beste te worden? De Sterkste te zijn? Anderen Voorbij te streven?

We kijken elkaar aan. Denken hetzelfde. Waarom telkens die strijd? Is elke keer het doel om beter, sterker, mooier, slanker, slimmer, aantrekkelijker, bijzonderder, unieker te worden?

blerg.gif.pagespeed.ce.m3dDRVX7DV

Continue Reading

De brieven van oma

Ze liggen ergens in Nederland. In een metalen doosje, waar je met krijt zelf wat op kunt schrijven. Te verstoffen op een zolder. Niet omdat ik ze ben vergeten. Maar juist omdat ik ze niet kwijt wil raken.

Toen ik nog een tiener was. Toen mijn oma nog leefde.

We schreven brieven. Kantjes lang, kantlijnen vol. Nog meer woorden, gepropt tussen de regels in. Want wat hadden we elkaar veel te vertellen. Ik over mijn angsten, hoe moeilijk opgroeien was. Mijn vrienden, of de afwezigheid daarvan. Mijn oma over haar schilderijen, haar jeugd, haar levenservaring. Continue Reading

Het Onbekende – 2014

Het einde van het jaar. Het voelt alsof ik aan de rand van een nieuw avontuur sta. Het begin van een nieuw jaar is slechts een verzinsel van mensen. Het is niks, niets tastbaars. Maar toch zorgt het voor een gezonde spanning. Ik kijk uit naar een nieuw jaar. Nieuwe avonturen. Ben rusteloos want kan niet wachten tot ze eindelijk zullen beginnen.

Dat je zo kunt leven naar een door mensen bedacht fenomeen is interessant. Na 31-12-2013 23:59 gaat er niets veranderen. Je leeft door. Ademt dezelfde lucht (nou ja, doordrenkt met vuurwerk fumes allereerst), woont nog in dezelfde omgeving. Maar toch. Alsof er na dat moment nieuwe deuren opengaan. Je dan eindelijk je angsten en dromen recht in de ogen kunt kijken en kunt zeggen; ik ga er voor. Het avontuur gaat van start.

de6e6fe470bd11e39a221263102106fe_8 Continue Reading

MIJMERINGEN – Oh, oh Berlijn II

Wat kan de tijd soms ineens vliegen, zonder dat je er echt bij stil staat. In juli schreef ik een stuk over Berlijn op mijn blog. Ik uitte mijn twijfels over de beslissing die we hadden genomen om te emigreren naar deze stad. Wist niet zeker of ze wel ooit ‘mijn’ stad zou kunnen worden. Gelukkig stop je nooit met leren.

We wonen nu bijna vijf maanden in Berlijn, waarvan ruim twee maanden in ons eigen appartement. Allebei zijn we in een prettig werk/ontspanning ritme terecht gekomen. Op een kaart van Berlijn houden we bij waar we allemaal hebben gelopen. Die begint nu best aardig zwart te worden.

Ik geloof dat de stad en ik vrienden beginnen te worden. Ik voel me er thuis. Het kost inderdaad even tijd om de stad voor je te winnen, zoals Vincent Kompier zo mooi aangaf in een comment onder mijn eerste artikel. Berlijn is een kattenstad, geen hondenstad. Je moet haar langzaam voor je winnen (overigens is Berlijn verder eerder een hondenstad, het lijkt wel alsof iedereen hier zo’n beest heeft…). Binnenkort staat een korte trip naar Nederland op de planning, voor een bruiloft. Ik zie er tegen op. Dat is een goed teken, want ik zie er tegenop omdat ik ‘thuis’ wil blijven. Berlijn is mijn thuis geworden, voor nu.

De Berlijnse cultuur blijkt er eentje te zijn die je als Nederlander niet vanaf dag 1 perfect doorhebt. Ook al zou je dat misschien in eerste instantie wel verwachten. Bepaalde dingen zijn wennen (bureaucratie, armoede, afstand). Bepaalde aspecten moet je even door hebben (zijn Berlijners nou echt aardiger in prive sfeer dan in zakelijke sfeer, waarom kan je hier niet overal pinnen?). Pas als je door de ‘eerste laag’ heen bent gebroken, kom je ineens achter de charme die de stad bezit. Zie je ineens dat deze stad niet is opgebouwd vanuit een centrum, maar dat elke wijk een eigen karakter bezit. Waar in Nederland je bepaalde gebieden in een stad hebt waar ‘het’ te vinden is, moet je in Berlijn soms wat langer zoeken. Niet alle leuke winkels en restaurants zitten in 1 straat. Ze zitten verspreid over allemaal verschillende straathoeken.

Bovendien heb ik ontdekt dat deze stad ook veel leuker is als je echt je ogen opent. Niet naar de grond staren, of op ooghoogte blijven kijken. Kijk eens wat hoger! Ineens ontdek je mooie balkonnetjes, bijzondere kunstwerken op gebouwen. Blijf niet over de gebaande paden lopen, maar zoek eens wat hofjes op. Daar liggen soms ware schatten verborgen.

In een weekend citytrippen ben je er volgens mij niet. Er gaat echt tijd overheen voordat je deze stad hebt leren kennen. Mocht je toch zo’n ‘spoedcursus Berlijn’  willen, lees dan dit artikel, door de eerder genoemde Vincent Kompier geschreven. Ik zou willen dat iemand me dat voor vertrek naar Berlijn had laten zien.

MIJMERINGEN – In de trein

Na een weekend lang familie in Nederland, zit ik in de trein terug naar Berlijn. Het is juli. Hoogseizoen dus. De trein zit volgepakt met groepen tieners die samen op interrail door Europa gaan. In mijn coupe komen ze voornamelijk uit de VS. Verschillende groepjes raken met elkaar aan de praat, en komen er achter dat ze precies dezelfde route door Europa rijden. Ze proppen collectief hun backpacks op het bagagerek. Het past maar net. Ik stel me voor dat ze hun hele hebben en houwen voor het overleven van de drie weken in die tassen hebben gestopt. Als die weken dan uit veel feesten en onvoorspelbaar weer bestaan, dan heb je maar beter al je spullen bij je.

Bron


De sfeer in de coupe is leuk. Onbezonnen. De tieners hebben niet heel veel kaas gegeten van andere culturen, hoe Europa precies is samengesteld en waar ze naar op weg zijn. Ze springen gewoon in een trein, en zien wel in welke stad ze terecht komen. ‘Wat is het tijdsverschil tussen Amsterdam en Berlijn?’ vraagt een meisje aan de conducteur. Deze kijkt haar verbaasd aan. In gebrekkig Duits-Engels zegt hij: ‘Tijdsverschil? Ik begrijp niet waar je het over hebt, dat is er niet’. Waarop het meisje breed lachend op haar stoel ploft. Prima, geen tijdsverschil. Dat kon zij ook niet weten, toch.

Tijdens de acht uur durende reis hangen ze op hun stoel. Zowel onderuitgezakt, als over de rugleuningen heen, als al kaartend langs de zijkant van hun stoel gevouwen. Wanneer de trein een korte stop maakt, rent een groepje jongens consequent de deur uit. Ze moeten toch echt even roken. En een reep uit de automaat trekken. Als blijkt dat de stop net te kort duurt voor de tijd die zij nodig hebben om dit alles klaar te spelen, schreeuwen ze elkaar lachend toe. “Wacht! Hou de deur voor me open, ik heb nog niet alles!”. Uiteindelijk komt het elke keer goed. Uitgerookt en volgesnoept zitten ze weer op hun stoel. Om hun reis naar die onbekende stad Berlijn te vervolgen.

Ik vraag me af hoe ze het voor zich zien. Ik weet inmiddels een beetje hoe het normale leven er is. Maar net zo min als zij, weet ik wat ze te wachten staat als backpackers in jeugdherbergen in Kreuzberg of Friedrichshain. Stiekem ben ik jaloers. Waar ik onderweg ben naar mijn gewone dagelijkse gang van zaken, zoeken zij avontuur in deze stad. Zulk verschil van perspectief inspireert me. Door andere mensen te observeren blijf je zien dat er meer is dan je eigen leven. Was ik ook maar weer even tiener, onderweg naar het onbekende.

*MIJMERINGEN* – Hoe te leven

Nu ik 24 ben, afgestudeerd en een baan heb, ben ik in een fase terecht gekomen waar ik even niet meer weet wat voor levensstijl ik nu het liefste wil. Soms voel ik me nogal heen en weer geslingerd tussen twee levens. Aan de ene kant een leven waarin ik naast mijn werk vooral wil proberen te doen wat ik deed toen ik studeerde. Naar feestjes gaan, nieuwe mensen ontmoeten, af en toe naar de universiteitsbibliotheek, nieuwe eet en drinktentjes ontdekken en sporten. Aan de andere kant is er de levensstijl van de ‘werkende’. Na je werk uitgeput naar huis, rustig avondeten, een boekje lezen, wat aan het huishouden doen en misschien nog sporten of een wandelingetje maken. Om in het weekend natuur te bezoeken en cultureel verantwoorde uitstapjes te maken. Ik weet niet wat ik nou het liefste wil doen.

Bron

Uiteraard een luxeprobleem, en misschien wel eentje waar je eigenlijk gewoon niet stil bij moet staan. Soms vind ik het een gek gevoel. Wil ik weer die ene ‘juiste keuze’ maken. Maar heb ik geen idee hoe dat te doen. Mijn collega’s komen van over de hele wereld, en lijken vaak in Berlijn te zijn juist omdat je hier zo fantastisch kunt feesten en genieten van het nachtleven. Dat staat eigenlijk in schril contrast met waar ik op dit moment vaak zin in heb in mijn spaarzame vrije dagen. Ik bezoek liever de natuur om de stad heen. De musea en de historische locaties. Eigenlijk een beetje wat mijn ouders vroeger deden als we samen op vakantie waren. En waar ik toen zo’n hekel aan had (maar achteraf wel blij mee ben hoor, mam, pap).

Zeker als ik net aankom in een nieuwe stad lijkt mijn bourgondische leefstijl weg te vallen. Ik eet zo gezond mogelijk, ben zo veel mogelijk buiten rond aan het lopen op ontdekkingstocht, en ga vrijwel niet uit eten/drinken/feesten. Maar op een gegeven moment, dan komt die drang weer terug. En ook de drang om soms gewoon te kunnen gaan feesten op donderdagavond als ik daar toevallig zin in heb. Op zulke momenten verlang ik dan terug naar mijn oude leefstijl, naar het studeren.

Is dat misschien de reden dat mijn ouders altijd zeiden dat hun studietijd de leukste tijd van hun leven was? Heb ik het ‘leukste’ al achter de rug? Ik hoop van niet. Denk van niet. Wens van niet…