BERLIJN – Wonen en Werken

Wat ik miste in Berlijn, vergeleken met Amsterdam, is afgelopen zaterdag een beetje goedgemaakt. Ik bezocht een debat over wonen en werken in Duitsland, georganiseerd door de studenten van de BKB Academie die voor een academiereis over de verkiezingen in Duitsland in Berlijn op bezoek waren.

Ik verheugde me de hele zaterdag op de avond. Eindelijk weer eens luisteren naar mensen met verstand van zaken, die praten over een boeiend onderwerp. Bovendien een onderwerp dat me erg aan het hart staat. Gezien de moeizame start die ik in deze stad heb gehad, maar ook vanwege het feit dat ik op mijn werk nog weleens tegen grote culturele verschillen aanloop. Zouden meer mensen die ervaring hebben?

Wat was het een fijne avond. Een panel van Nederlandse ondernemers (Joris van Velzen (Wostok), Alper Cugun (internetondernemer, Hack de Overheid), Edial Dekker (Gidsy / Get Your Guide) Derk Marseille (journalist voor BNR, Duitslandnieuws en organisator Friday at Six) en Ruurd van der Weide) sprak over de onderwerpen wonen en werken in Berlijn/Duitsland. Een aantal onderwerpen uit het debat bleven me in het bijzonder bij.

- Duitsers zijn procesgericht, Nederlanders resultaatgericht. Dat was voor mij het overheersende inzicht. Het maakt Nederlanders minder uit hoe ze ergens komen, als ze er maar snel en met goed resultaat komen. Duitsers gaat het veel meer om het proces volgen. Dit zie je goed terugkomen in het carrierepad van Duitsers. Iemand kan er gerust twintig jaar over doen om van medewerker naar manager door te groeien. Ik moet daar niet aan denken. Ik wil zo snel mogelijk groeien! Op mijn werk werd dat ook al niet begrepen. Daar werd me gezegd dat ik nog zo jong ben, dat mijn manager eerst ook 15 jaar moest werken voor ze manager werd. Ik krijg al nachtmerries bij het idee dat ik zo langzaam zou groeien. Terwijl mijn manager, en met haar vele anderen hier, dat dus heel normaal vinden. Een aantal ondernemers in het panel vond het dan ook lastig om jong Duits personeel te vinden dat dit idee los kon laten. Jongeren die wel inzien dat als ze heel goed in hun werk zijn, ze ook snel kunnen groeien. Je zou je af kunnen vragen of dat procesgerichte juist de reden is dat het in Duitsland economisch niet zo slecht gaat als in de rest van Europa. Het is allemaal heel veilig en continue.

- Hierarchie is heel belangrijk in het zakelijk leven. Daar kan je weleens tegenaan lopen (JA!). Soms kan je het je permitteren om je als Nederlander anders te gedragen. Een beetje onder het mom ‘jullie snappen er toch niets van’ zullen Duitsers je je gang laten gaan. Toevallig was dat in het begin op mijn werk ook zo. Maar tegenwoordig, nee. Ik ben er op aangesproken dat ik, in andere woorden, meer respect moet hebben voor leidinggevenden en er op moet vertrouwen dat hun beslissingen de juiste zijn. Dat is soms best lastig te accepteren.

- Berlijn is een hele vrije en open stad  om te wonen. Je kunt er van alles proberen, raakt nooit uitgekeken. Wat dat betreft is het een geweldige stad om te wonen. Minder geweldig is dat oerBerlijners het soms moeilijk trekken dat hun stad is overspoeld door rijkere mensen. Er is angst dat deze nieuwe mensen de banen op zullen eisen, de huren verder omhoog zullen drijven. Wat overigens niet geheel onterecht is. De ondernemers vertelden verhalen over buitenlanders die werden uitgescholden in hun wijk, wat ze hier kwamen doen en dat ze alles aan het verpesten waren. Nieuwe winkels die de eerste avond gelijk al worden besmeurd. Ik had ook weleens dit soort verhalen gehoord, vind het toch een vreemd idee. Aan de andere kant, als jij in bittere armoede leeft en je om je heen ineens allerlei mensen ‘van buiten’ je banen komen inpikken, en hogere huren kunnen betalen, kan ik me voorstellen dat je dat niet altijd een pretje vind.

Een lange lap tekst, stiekem was er nog veel meer interessants. Dat bewaar ik voor een andere keer.
Vraagje: vind je het leuk om dit soort dingen te lezen, of is het wat ‘te droog’? 

COLUMN – Over verschillende talen op kantoor

Het is elf uur, hoog tijd voor een koffie vinden mijn Nederlandse collega en ik. Vanuit zijn ooghoek ziet een Italiaanse collega ons weglopen. Hij volgt ons. “I desperately need an espresso”, zegt hij. Gezamenlijk lopen we naar de keuken. Onderweg begint onze collega ineens onduidelijke woorden uit te kramen. “pretieketagnok!” zegt hij opgewekt. We kijken hem aan of hij gek is geworden. Hij herhaalt zich, om te vervolgen “dat zeggen jullie als je de telefoon ophangt in Nederland, toch?”.

Drie minuten later is hij in staat om ‘Prettige dag nog’ bijna accentloos uit te spreken. We zijn de overvolle keuken binnengekomen, waar een Duitse collega ons drieën na het horen van deze woorden lachend aankijkt. “Ah, that’s Dutch, I know three Dutch scentences!” en vervolgens in het Nederlands: “niet roken alstublieft. Ik eet geen vlees. Godverdomme”. Trots kijkt hij ons aan. “Dutch essentials for visiting the Netherlands!”

Enigszins verbluft kijken mijn collega en ik elkaar aan. Hoe gaan we hier op reageren… De Italiaan, die hier uiteraard geen woord van heeft verstaan, vraagt me om uitleg. “What did he say?”
…”Well… I guess he is a non-smoking vegetarian who gets angry a lot…”

Gekkigheid op kantoor, met al die verschillende talen die er worden gesproken. Je weet maar nooit wie je ineens onverwacht kan verstaan, of kan meepraten…

Berliner Wochenende: Potsdam

Na alle hectiek omtrent de verhuizingen waren mijn BF en ik allebei toe aan wat rust in de vorm van een cultureel uitstapje. Vandaar dat we vorig weekend naar Potsdam zijn getogen. Met name om het Sanssouci park te bezoeken. We voelden ons aangesproken door de naam, want vertaald betekend het ‘zorgeloos’.

Sanssouci is de tegenhanger van het Franse Versailles. Een groot park, met daarin verschillende paleizen. Het Sanssouci paleis is daadwerkelijk gebouwd om te functioneren als toonbeeld dat de Pruissen ook iets als het paleis Versailles konden bouwen. Maar er staat bijvoorbeeld ook het Neues Palais. Dat paleis is uitgevoerd in barok stijl. Het Sanssouci paleis is gebouwd in Rococo stijl. Bijna alle gebouwen zijn gebouwd onder Frederik de Grote (1712-1786), Koning van Pruissen.

Het Sanssouci paleis
Het Neues Palais

Als grote geschiedenis liefhebber (tsja, niet voor niets blik ik terug op die bachelor als mijn favoriet) kon ik hier mijn hart ophalen. Wat was er veel te zien! Maar ook voor de natuurliefhebber zeker de moeite om naar Potsdam te gaan. Naast de enorme tuinen rondom de gebouwen, is er ook een botanische tuin om de hoek.

Voor een kort uitstapje vanuit Berlijn zijn Potsdam en het Sanssouci park zeker de moeite waard. Mocht je op zoek zijn naar wat oudere binnensteden in de omgeving van Berlijn, dan is Potsdam the place to be. Inclusief Hollands kwartier!

Hollandse huisjes

Ben jij weleens in Potsdam geweest?

Wondering Wednesday: Kiss Kiss

Een nieuwe rubriek op deze blog: Wondering Wednesday. Over rare gebruiken in onze cultuur. Als je met een antropologische bril op naar je eigen cultuur kijkt, vallen je toch een aantal rariteiten op…
Deel 1: Kiss Kiss, waarom geven wij drie zoenen aan de lucht?


Ik kom uit een hele nette familie. Met oude dames die nooit hun jasje uit durven doen omdat ze vinden dat armen en schouders bedekt moeten blijven. En dames die altijd lippenstift op hebben. En je begroeten met drie zoenen naast je wang. Maar wel met smakgeluidjes. Omdat dat nou eenmaal heel beleefd is.

Ik begrijp het principe van kussen op de mond geven heel goed. Het ‘smak’ geluidje dat daarbij vrij komt, begrijp ik ook. Maar wanneer je iemand welkom heet, en je de links-rechts-links beweging maakt met je wangen tegen elkaar aan, waarom dan die smakgeluiden? Want het enige dat je ‘smakt’, is de lucht? Laatst probeerde ik dit ‘wang tegen wang’ gebruik zonder de smakgeluidjes te maken. Ja, dat is toch ook vreemd. Dan lijkt het net of je alleen even de wangen tegen elkaar veegt. Laat dan maar. Doe mij dan maar een stevige handdruk. Of een buiginkje, zoals sommige Aziaten dat doen.

Als we dan toch deze smak-smak-smak gewoonte hebben in Nederland, waarom dan niet een echte kus op de wang geven? Omdat dat niet door beide personen tegelijk kan worden gedaan. Als ik jou namelijk een kus op je rechterwang wil geven, kan jij mij niet ook tegelijk op mijn rechterwang kussen. Want, dan kus je elkaar op de mond. Nu zijn er mensen die dat doen, maar dit is toch ook minder sociaal geaccepteerd.

Conclusie? Het smakgeluidje bestaat er alleen om de ordinaire ‘veeg over de wang’ iets chiquer te doen lijken dan het in werkelijkheid is. Het blijft een bijzondere gewoonte…

Sunny Sunday: Atmosphere in Istanbul

Reizen zijn mooie momenten om te reflecteren op je eigen cultuur. Ineens kan het heel duidelijk worden wat jou anders maakt dan de mensen die op zo’n moment naast je leven.
In het geval van Istanbul viel me meteen op hoe open, vriendelijk en behulpzaam sommige mensen hier zijn. Tijdens de zoektocht naar ons hotel kwamen meerdere mensen ons te hulp geschoten toen ze ons met een kaart in onze handen zagen staan. Ook gaf de hoteleigenaar ons zijn eigen Akbil kaart om rond te reizen met het OV. De vele zwerfkatten die Istanbul rijk is, wordt regelmatig voer en water aangeboden – zolang ze daarna maar wel afstand bewaren.

Maar na een paar dagen Istanbul kan ik concluderen dat de mensen hier eigenlijk ook gewoon een mengelmoes van aardig en minder aardig zijn – al vind ik wel, dat de aardige mensen hier wel bovengemiddeld aardig zijn. De cultuur lijkt wat opener wat betreft elkaar te hulp schieten of zomaar met iemand praten. Wat dat betreft is de gesloten cultuur die Nederland kenmerkt niet helemaal mijn smaak. Tijdens mijn verblijven in China merkte ik ook al dat het daar veel normaler is om mensen zomaar aan te spreken, of contactgegevens uit te wisselen voor de gezelligheid. Leuk, en een confrontatie met een aspect van je eigen cultuur dat blijkbaar niet universeel is.

Het valt wel op dat de mensen in de ‘gewone’ buurten van Istanbul, ver weg van het toeristische centrum, mij als vrouw soms nastaren, niet aan willen kijken en koste wat het kost willen voorkomen tegen mij aan te botsen. Ook ben ik hier nooit het middelpunt van verkooptrucjes. Mijn vriend is altijd de pechvogel wat dat betreft. Dat is dan weer een kant van de stad die ik minder apprecieer, het duidelijke onderscheid tussen mannen en vrouwen. Nee, geef me dan maar weer Nederland (ondanks dat het wel lekker rustig is, geen straatverkopers die om je heen zwermen).

Al met al vind ik Istanbul een prachtige, dynamische en overweldigende stad. Vijf dagen is eigenlijk niet genoeg om de sfeer compleet te proeven en alle hoogtepunten van de stad op je gemak te zien. Gelukkig zit de reis er nog niet op! Hieronder nog wat foto’s en alvast wat eerste tips voor een vakantie in Istanbul.

Tip 1: Koop een Akbil kaart. Een soort OV-Chipkaart voor het OV in Istanbul. Je kunt ook losse tokens kopen in automaten op de tram en metrostations, maar die kosten 3 lire, terwijl een kaartje anders tussen de 1 en 2 lire kost. Scheelt dus wel. Je kunt 1 kaart delen met 2 personen. Zodra de ene door het poortje gaat, geef je de kaart door aan de ander. Dat is hier gebruikelijk, schijnt.

Tip 2: Zorg er voor dat je tijdens een gebed op het plein tussen de Aya Sofia en de Blauwe Moskee staat. Een magische gewaarwording als je de gebeden en het gezag hoort galmen.

Tip 3: Breng een bezoekje aan het Ficcin restaurant in een zijstraatje van de Istiklal Cadessi straat in Beyoglu. Heel lekker Turks eten, goede service en een gezellig plekje. Daarnaast is de prijs-kwaliteitverhouding optimaal. Hier kan je zien dat wij niet de enige waren die het lekker vonden!

 Tip 4: Ga ook eens met de bus naar de wijken die niet bomvol zitten van de toeristische attracties. Dan merk je wat een mengelmoes van mensen de stad eigenlijk is. Van kunstenaarsbuurten, tot halve krottewijken, tot smoezelige marktjes waar kippen worden verhandeld. Heel indrukwekkend.

Oh, nu je hier toch bent, ik vind het leuk als je me volgt via Bloglovin’!