Vliegangst

homealonewithabigscream

Alle stukken over sterke mensen en living up to your full potential ten spijt kostte het mij tot ver in mijn twintiger jaren om tot de realisatie te komen dat het toegeven van je eigen zwakheden ook een tegen van kracht is. Let me explain…

Jaren vloog ik op een combinatie van valeriaan, johannesbloesem, nachtjes van nauwelijks 1 uur slaap en voor de zekerheid een lege maag. Deal with it, dacht ik. Dit gaat niet veranderen. Een vliegtuig is het veiligste vervoersmiddel dat we hebben. Vliegen kan ook leuk zijn, ik schreef er al eens over. Maar dat tegen mezelf zeggen helpt vaak niet. Het knaagde aan me. Wat ben ik een slapjanus. Waar is mijn rationaliteit gebleven? Het is juist belangrijk ook toe te kunnen geven dat je ergens niet zo goed in bent. Nou, dat heb ik duidelijk met vliegen. Continue Reading

Ik weet niet of ik stoer ben

Sons-of-Anarchy-SOA-SAMCRO

Kijk, dit is nou waar ik mezelf helemaal in kan verliezen he. The Flamethrowers van Rachel Kushner. Een boek over een jonge vrouw, kunstenares in New York, die op zoek naar het ‘ware’ leven zichzelf verliest in motorcrossen. Plus alles wat daar bij komt kijken. Stoere mannen in leren pakken. Kennis over het materiaal. Racen, zo hard dat de adrenaline bijna uit je oren spuit. Roken en drank, domme dingen slim doen, vooral heel goed in staat om zichzelf bij de lurven te grijpen en tegelijkertijd het leven bij de horens. Doe mij dat ook! Continue Reading

Office van Babel

Ciao, bonjour, ola, hi, Morgen, hoi! Soms weet ik even niet meer welke taal ik nu weer uit het talenkabinet in mijn hoofd moet trekken. Het is nog een geluk dat er geen Chinees bij me op kantoor werkt – alhoewel, een ni hao kan er ook nog wel vanaf. Werken op een internationaal kantoor zorgt er voor dat je soms even helemaal in de war bent met je woorden.

Als talenknobbel vind ik niets heerlijker dan een vreemde taal leren. De woorden tot me nemen, mijn hoofd op een andere manier laten nadenken over zinsconstructies en uitspraak. Iedere dag op kantoor is wat dat betreft een feestje. Ik schaaf mijn Franse luistervaardigheid bij, ik word met de dag vloeiender in Engels (en het verstaan van Ierse dialecten). De eerste woorden Italiaans heb ik mezelf eigen gemaakt met dank aan de collega’s die links van me zitten – een team vol temperamentvolle en luidruchtige uitbundige Italianen. Oh ja, en de ongeveer 80 Duitse collega’s doen ook een duit in het zakje – nee hoor, het geeft niet dat je vergeten bent dat ik een Nederlander ben en de voertaal op dit kantoor Engels is, je Duits versta ik inmiddels prima. Maar ik geef nu wel antwoord in het Nederlands, ok?
Continue Reading

Love story

Mijn ouders hebben elkaar ontmoet in de trein. Ok, ze hadden elkaar al gezien en vaag gesproken, voor werk. Maar het echte dit-is-de-ware moment kwam in de trein. Een korte love story.

Goed, in die trein dus. Ze raakten aan de diepzinnige praat. Vraten samen een zak winegums leeg, ik denk van de zenuwen, want wie lust dat. Ze maakten de voor haar korte – voor hem lange- treinrit samen. Tot zij die lange treinrit met hem samen ging uitzitten. Op een gegeven moment haar kindje ook die twee uur durende rit liet meemaken (dat was ik dus).

Continue Reading

Put on a show

In opperste concentratie legt hij het tasje op de grond. Stalt de inhoud uit. Richt zich op, draait zijn hoofd. Hoofd in de plooi, en go!

Behendig trekt hij hier en daar een draadje aan, wijst parmantig naar links en naar rechts, draait wat pirouettes tussendoor. Een show alsof zijn leven er vanaf hangt. Gebiologeerd kijk ik hem aan. Veiligheidsinstructies in het vliegtuig.

Continue Reading

Anti-Resolutions

Mijn ogen kunnen het even niet meer aan. Al die goede voornemens, terugblikken en vooruitblikken (ja daar deed ik vrolijk aan mee gisteren, I know, opportunist he). Het is me even teveel. Met plezier zet ik mijn anti-voornemens voor komend jaar voor je op een rijtje. Want kom op, where is the fun in al die heilige-boontjes-beloftes?

newyearsantiresolutions Continue Reading

knuffelen op kantoor

Alhoewel ik het graag bij hoog en laag wil ontkennen, blijk ik een echte Nederlander. Zo eentje die afstandelijk kan doen. Zakelijk. Maar ook in privé-sfeer lang de kat uit de boom kijkt. Individualistisch is. Zeker als ik het vergelijk met sommigen van mijn collega’s.

Toegegeven, op het niveau van de Duitsers op mijn werk zit ik nog lang niet. Daar is het ongewoon om überhaupt collega’s te vragen naar privé-zaken zoals gezondheid. Of om dicht bij elkaar in de buurt te komen. Hoe anders is dat bij de Italianen. Zij knuffelen er flink op los. Te pas en te onpas. Vooral met hun landgenoten, uiteraard. Maar sinds kort ook met mij.

awkward-hug Continue Reading

Lesje Ziekteverzuim in Duitsland

Nou, ik heb het te pakken. Helaas. Op een bodem van diverse pillen, sprays en drankjes tik ik dit stukje. Want wat ik nu heb meegemaakt, dat wil ik je niet onthouden. Ziekteverzuim in Duitsland. Ja, na 1 dag moest ik er aan geloven. Een briefje van de dokter. Een briefje van de wat?

Mijn eerste reactie op de mail van mijn werkgever was ongeloof. Moet ik nou na 1 dag afwezigeid al een medisch specialist inschakelen? Ja, om te verifieren dat ik wel echt ziek ben. En hoe lang dat nog gaat duren. Nou oké dan maar. Ik pas me wel weer aan aan deze cultuur. Belde geduldig de dokter. Nee, ik kon niet vandaag langskomen, alles was al volgeboekt. Oh maar het ging om een Arbeitsunsicherheitsbescheinigung. Natuurlijk was er dan nog plaats. Kom maar meteen. Continue Reading

Meltingpot Monday: Dentist Nightmares

Bron

Als klein kind was ik best onverschrokken. Ondanks dat ik een moeder heb die doodsbang is voor spinnen en de tandarts, had ik daar niet zoveel last van. Tot nu. Dames en heren, ik heb namelijk een gaatje. Say what? Ja, een gaatje.


Met mijn ‘genetisch afwijkende gebit’, want ‘het glazuur is wel erg poreus en ja,… haast niet aanwezig’ mag ik nog van geluk spreken dat dit me nu pas overkomt. Ineens blijk ik die tandarts angst met mijn moeder te delen. Alleen al bij het idee van die jankende boor, het geschuur op mijn tanden en de verdoving lopen de koude rillingen over mijn rug. Ik mag dan volwassen zijn en al, hier wil ik toch iemand bij die mijn trillende handje vast kan houden.

Ik vrees dat dat niet gaat gebeuren. Dat ik daar alleen in die veel te grote stoel lig (zoals ik eerder al zei, ik ben best petiterig) en er zich twee tandartsen in opleiding en een echte tandarts over mij heen buigen. Om me te vertellen dat het allemaal mee zal gaan vallen. Dat ik me nergens druk over hoef te maken. En dan toch die zeurende pijn na afloop. Het gevoel dat er iets mis is gegaan. Of dat er ineens, zoals dat bij mijn broertje gebeurde, een dag later een rottende wortel onder de net gevulde tand blijkt te zitten. Kan je weer van voor af aan beginnen, maar dan met nog meer pijn.

Maar ik zal me verbijten. Mijn heldencapeje aantrekken en dapper naar de tandarts togen. Want ik hou teveel van eten. En eten met een gaatje in je tand is geen plezier. Ik hou van lekker slapen. En dat gaat zo slecht met kiespijn. En mijn bankrekening zal deze ellende met mij moeten doorstaan. Op die nieuwe camera moet ik even wat langer wachten nu.

Dus ik beloof hierbij plechtig dat ik morgen de telefoon op zal pakken. Om de tandarts te vertellen dat ik zijn portemonnee weer kom spekken. Dat ze mijn mond even mogen verbouwen met dank aan hun gekke eendebektangen (heten die tangen zo?). Want ik wil er best een uurtje ontiegelijk oncharmant uitzien, als ik dan daarna weer alles kan eten en drinken wat ik wil. En lekker kan slapen zonder pijn.

Maar toch… Mam, ik denk dat je gelijk hebt. De tandarts is gewoon eng.
 -

Oh nu je hier toch bent, ik vind het leuk als je me volgt via Bloglovin’!